FUCHSIA'S OPKWEKEN VAN STEK TOT PLANT.

Het maakt in feite niet uit welke methode van vermeerderen wordt gekozen. Altijd krijgt men te maken met jonge plantjes, plantjes die, willen ze uitgroeien tot grote planten, om bepaalde behandeling vragen. Om dat te bereiken hebben we in ieder geval een pot en grond nodig.

DE POT.

Vroeger werd alles in stenen potten gekweekt en dat ging prima. Het was zwaarder werk, het vroeg meer aandacht maar werken deed het goed. Nu is nagenoeg alles wat men koopt opgepot in kunststof potten.

Toch hebben beide soorten potten hun voor en hun nadelen.

De stenen pot b.v. heeft als voordeel dat de plant er in het algemeen veel koeler in blijft omdat de poreusheid van de pot aan de buitenkant daarvan zorgt voor verdamping. Die verdamping onttrekt dan zijn warmte aan de inhoud van de pot en dus blijven de wortels koeler zolang er tenminste water te verdampen valt. Als gevolg van die verdamping hebben planten in stenen potten meer behoefte aan water.

De kunststof potten zijn niet poreus. De behoefte aan water is daardoor minder en de periode waarin men bij de planten weg kan blijven is daardoor langer.

Een nadeel van een kunststofpot is dat een plant die echt veel te nat is in een kunststofpot veel langere tijd nodig heeft om op te drogen waardoor het risico van schimmelen en rotten veel groter is.

DE GROND.

Fuchsia's zijn in principe bereid in elke soort grond te groeien, maar het is net als met alle andere levende organismen. De een doet het toch net wat beter dan de ander en een belangrijke bijdrage aan dat het wat beter kan worden geleverd door de potgrond.

Een goede Fuchsia potgrond is:

Goed doorlatend, in staat voldoende vocht vast te houden, rijk aan poriën en bevat voldoende lucht, voldoende voedzaam en van een ‑goede zuurgraad (pH)

Over de vraag welke potgrond de beste is lopen de meningen uiteen en dat zal ook wel zo blijven. Niet iedereen behandelt zijn of haar planten op dezelfde manier en daardoor kan met een andere soort potgrond bij voldoende zorg cm goed resultaat worden bereikt. Toch mag het belang van de grond niet worden onderschat.

Voor degenen die een grotere verzameling planten hebben is het erg belangrijk dat zij steeds dezelfde potgrond gebruiken. Men is dan bekend met de doorlatendheid, de mogelijkheid om vocht vast te houden en de hoeveelheid voeding in de grond.

Met de eerste twee wordt het meeste voordeel behaald. De planten hebben ongeveer even veel water nodig en men loopt niet het risico dat er één bij staat in oen ander grondmengsel die of te droog of te nat is.

BEMESTING.

Dat we er met de grond alleen niet zijn is bekend. Naast water is er ook voedsel nodig. Dat voedsel wordt nagenoeg zonder uitzondering verstrekt in de vorm van kunstmest.

Maar wat is eigenlijk kunstmest? Wetenschappers zullen misschien om deze omschrijving lachen maar dat is niet erg. Kunstmest is groeistof voor planten. Groeistof is geen vast begrip, dat wil zeggen de samenstellende delen kunnen verschillend zijn.

Planten hebben om te kunnen groeien zonder uitzondering nodig:

(N) stikstof

(P) fosfor (vroeger schreef men phosphor en daar komt de P vandaan)

(K) Kali(um).

Stikstof bevordert in hoge mate de (snelle) groei van de planten.

Fosfor bevordert wortelvorming bij jonge planten en bij oudere planten de vorming van bloemknoppen.

Kali is van belang voor stevige stengels en verhoogt de weerstand van planten tegen ziekten.

Er zijn mensen die voor iedere fase van ontwikkeling van de planten kunstmest met andere mengverhoudingen gebruiken. En daarvan zijn er nogal wat. Bekijk elk willekeurig potje met kunstmest in een tuincentrum of waar dan ook eens en u zult ontdekken dat er vrijwel altijd andere mengverhoudingen op voorkomen.

Er zijn er ook die nooit iets anders geven dan mest met een vaste mengverhouding van b.v. 20(N)‑2O(P)‑20(k). Vaste regels zijn er in geen geval. Probeer het zelf maar uit en hebt u eenmaal een goed of voor u heel goed aanvaardbaar resultaat gaat daar dan gewoon mee door.

Er zijn ook geen vaste regels te geven voor het gebruik van de hoeveelheid. Sommige mensen houden strak vol dat één keer per week bijmesten voldoende is. Anderen hebben hun eigen regels. Er is onder de leden iemand bekend die goede resultaten bereikt met 18‑ 18-­18 of 20‑20‑20 en die dat gedurende de eerste zes weken nadat de planten buiten zijn gekomen, bij iedere watergift toedient in een hoeveelheid van drie theelepels per 10 liter water. Na ongeveer zes, weken schakelt hij over op drie keer per week drie theelepels op 10 liter water. Hij gaat daarmee door tot de planten uiteindelijk weer de winterberging in moeten.

Goede resultaten zijn ook te bereiken met het gebruik van Osmocote. Osmocote verkrijgbaar bij vrijwel alle tuincentra ‑ is een kunstmest die vrijkomt in de potgrond naarmate daaraan behoefte bestaat. Tegenwoordig heeft men al een Osmocote soort die een plant gedurende meerdere maanden van voldoende voedselvoorziet.

NATUURLIJKE EIGENSCHAPPEN.

Niet allefuchsia's hebben dezelfde eigenschappen. Er kan een onderverdeling worden gemaakt als wordt gekeken naar natuurlijke eigenschappen van de planten zoals:

1. de vorm van de plant. We onderscheiden dan: struiken, halfhangers en hangers.

In het vervolg van deze beschrijving zal bij Plantvormen een verdere beschrijving worden gegeven.

2. de vorm van de bloem

Naar de vorm van de bloem wordt een indeling gemaakt als volgt: enkel, halfdubbel en dubbel.

Enkel wil zeggen dat de bloem maar vier kroonbladeren heeft.

Halfdubbel betekent dat er tenminste 6 kroonbladeren zijn.

Dubbel houdt in dat de bloem een veelvoud van vier kroonbladeren heeft maar vraag dan maar niet hoeveel want het kunnen er echt heel veel zijn.

3. naar de bloeiwijze.

Naar de bloeiwijze kan een indeling worden gemaakt in bloem uit de bladoksels en bloemtrossen.

Bij vrijwel alle hybriden komen de bloemstelen uit de bladoksels.

Bij sommige soorten ‑ dat zijn meest de botanische soorten ‑ komen bloemtrossen voor.

PLANTVORMEN.

Als. we dan alles hebben gedaan om een mooie plant te krijgen zullen we moeten bepalen welke.vorm we die willen geven. Vormen kennen we ook vele. Eerder al werden de natuurlijke vormen genoemd, nl: struik, halfhanger en hanger, maar er zijn ook andere vormen denkbaar zoals: kroonboom, piramide en snoer of zuil.

De vormgeving is in feite een kwestie van snoeien of, zoals dat door fuchsiakwekers vaak wordt genoemd, nijpen

Struik.

Een stuik is een plant met zodanig stevige stengels dat ze in feite rechtop groeien.Er zijn soorten die spontaan vertakken (nieuwe uitlopers krijgen) en die om een mooie bossige plant te krijgen weinig correctie of hulpnodig hebben. Er zijn echter ook een heleboel soorten die minder spontaan zijn in het vertakken en dan is erg belangrijk dat tijdig de toppen worden weggenomen zodat uit de bladoksels nieuwe uitlopers ontstaan.

Halfhanger.

Een halfhanger is een plant met stengels te stevig om ze als hanger aan te merken en te slap om ze voor struik uit te maken.

Hanger.

Een hanger heeft stengels, het woord zegt het al, met de natuurlijke neiging te hangen. Wil men ook hiervan een mooie volle plant hebben dan is tijdig toppen geboden tenzij men toevallig een exemplaar treft dat spontaan en royaal vertakt. Eigenlijk moet worden gezegd dat bij de meeste vormen veel moet worden getopt als men een mooie gevulde plant wil hebben.

Kroonboom.

Dit is in.feite een kale stam met daarbovenop een struik. De lengte van de stam kun je zelf bepalen. Er moet echter tijdens het opkweken op een paar dingen worden gelet. Zorg ervoor dat zich in de bladoksels geen nieuwe uitlopers vormen door deze uitlopers te verwijderen. Haal de top uit de plant zodra u denkt dat de gewenste hoogte is bereikt. Bindt de plant goed aan een stevige stok. Een niet goed aangebonden plant zal vrijwel altijd een kromme stengel krijgen en die kromme stengel groeit dan verder uit tot een kromme stam. Laat de bladeren aan de stengel zoveel mogelijk zitten.

Als ze te vroeg worden verwijderd blijft het stengeldeel waarvan ze zijn verwijderd vaak te dun.

Laat men een kroonboom groeien van een hanger - het kan heus wel ‑ dan is het dubbel oppassen met het aanbinden. Gaat de stengel van een hanger eenmaal krom dan komt die, ook al ontdekt u dat twee dagen later al, nooit meer goed recht. Met enige (soms zelfs met veel) moeite is van een hanger toch een kroonboompje te maken. Er is, wanneer het lukt, een heel mooi effect mee te bereiken.

Piramide.

Dit is een vorm waarbij we ook te maken hebben niet om stammetje. Dan echter met een stammetje e met zijtakken die we van boven 'smal van onderen breed laten uitgroeien.

Snoer.

Dit is een stammetje met over de volle lengte nagenoeg overal even lange of beter gezegd even korte zijtakken.

Zuil.

De zuil is qua vorm vrijwel gelijk aan de snoer maar de zuil is veel breder en dus zijn de zijtakken daarvan langer. Om echt een goede zuil te krijgen heb je een plant nodig waarvan de takken vrijwel horizontaal groeien.

WATER GEVEN.

Hoewel een fuchsia een waterminnende plant is moet er rekening mee worden gehouden dat een fuchsia ervan houdt 'om van alles niet teveel en 1 niet te weinig te krijgen.

Overigens moet worden opgemerkt dat te veel vaak erger is dan' te weinig. Te veel betekent namelijk dat de zuurstof in de potgrond wordt verdrongen en dat de wortels gaan rotten en dat hebben we nu net niet nodig om een plant in leven te houden. Het is daarom erg belangrijk dat de potgrond voldoet aan het vereiste van een goede doorlatendheid. Te weinig vocht ziet men weliswaar van verre aan de plant maar als het niet te lang heeft geduurd is het veel minder funest en sta je versteld van de herstelkracht van een plant.

Bij een te droge potgrond kan een plant geen voedsel opnemen. Let er op dat u een plant die te droog is geworden nooit kunstmest geeft. Maak de plant eerst goed nat want het zonder meer kunstmest geven leidt tot verbranding van de wortels.

HALF HYDROCULTUUR.

Een aantal fuchsia liefhebbers is gaan experimenteren met zogenaamde half hydrocultuur. Bij deze methode van kweken worden de planten in de pot in de potgrond geplant maar onder in de pot bevindt zich over een hoogte van enkele centimeters een laag gebakken kleikorrels die met een doorlatende kunststof is afgedekt. Tussen de kleikorrels blijft water staan en de plant heeft dus nooit water te weinig. Een absolute voorwaarde voor deze manier van kweken is dat de waterlaag natuurlijk nooit te hoog mag komen. Er is en blijft een groot verschil tussen de water ­en de grondwortels. waterwortels aarden niet in de grond en grondwortels houden het niet lang vol in water. Bij dit systeem heeft iedere plant in feite van beide soorten een aantal wortels.